**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ);
het college: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 28 van de wet;
verlaging: de verlaging van de norm of de toeslag als bedoeld in de artikelen 31, 32 en 33 van de wet;
toeslag: de toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet;
werkleeraanbod: het aanbod van algemeen geaccepteerde arbeid, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen scholing, opleiding of sociale activering en ondersteuning bij arbeidsinschakeling;
algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde of goede zeden;
inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening bedoeld in artikel 24 van de wet;
stageovereenkomst: de overeenkomst die de jongere aangaat met de gemeente of diens rechtmatige waarnemer waarin de arbeidsverhouding gedurende het werkleeraanbod wordt geregeld;
stagevergoeding: het inkomen behorende bij de stageovereenkomst;
bonus: het deel van het inkomen behorende bij de stageovereenkomst, waarop de jongeren aanspraak kan maken als hij/zij de afspraken uit zijn persoonlijk plan nakomt;
sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandig maatschappelijke participatie;
scholing: vormen van onderwijs die niet bekostigd worden uit 's Rijks kas;
startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid,onderdelen b. tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de artikelen 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
gehuwdennorm de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d., van de wet;
maatregel: de verlaging van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41van de wet;
benadelingbedrag: het bedrag inclusief loonheffing dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als inkomensvoorziening of werkleeraanbod op grond van de wet;
woning: de woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
woonkosten: 1°. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
**2°..** indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
**2..** Tenzij anders aangegeven zijn op de begrippen in deze verordening de begripsomschrijvingen van de wet van overeenkomstige toepassing.