Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 10

Toeslagen

Onderdeel van Verordening Wet investeren in jongeren 2010

1.. De toeslag, als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt: a.. 20% van de gehuwdennorm, voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; b.. 20% van de gehuwdennorm voor de jongere die op basis van een commerciële relatie als kostganger of onderhuurder met anderen in dezelfde woning woont; c.. 10% van de gehuwdennorm voor de jongere die inwoont bij zijn ouders of bij wie zijn ouders inwonen; d.. 10% van de gehuwdennorm voor degene die al dan niet als verhuurder of kostgever met anderen in dezelfde woning woont. e.. 0% indien artikel 28, derde lid van de wet van toepassing is. 2.De toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt verlaagd op grond van artikel 34, eerste lid, van de wet met een bedrag gelijk aan 15% van de gehuwdennorm indien belanghebbende een alleenstaande van 21 of 22 jaar oud is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel