Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 13

Samenloop WIJ en WWB

Onderdeel van Verordening Wet investeren in jongeren 2010

Indien de jongere als gehuwde aan te merken is en samenwoont met een partner die algemene bijstand op grond van de Wet Werk en Bijstand ontvangt, gelden in afwijking van de artikelen 10 en 11, de volgende bepalingen: De jongere op wie artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is, heeft geen recht op een toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet. De norm als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de wet wordt op grond van artikel 32 met 5% van de gehuwdennorm verlaagd, indien de jongere en diens partner inwonen bij hun ouders, of indien hun ouders bij hen inwonen, of indien zij al dan niet als verhuurder of kostgever met anderen, niet zijnde hun eigen kinderen onder 21 jaar, in dezelfde woning wonen. De norm als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de wet wordt op grond van artikel 32 met 10% van de gehuwdennorm verlaagd, indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen woonkosten of woonkosten lager dan 10% van de gehuwdennorm verbonden zijn, dan wel waarvan de jongere de woonkosten niet kan aantonen, dan wel indien in het geheel geen woning wordt bewoond. De norm als bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de wet wordt op grond artikel 31 met 10% van de gehuwdennorm verlaagd, indien de jongere en diens partner inwonen bij hun ouders, of indien hun ouders bij hen inwonen of indien zij al dan niet als verhuurder of kostgever met anderen, niet zijnde hun eigen kinderen onder 21 jaar, in dezelfde woning wonen. De norm als bedoeld in artikel 28, vierde lid, van de wet wordt op grond van artikel 31 met 20% van de gehuwdennorm verlaagd, indien een woning wordt bewoond waaraan voor de jongere geen woonkosten of woonkosten lager dan 10% van de gehuwdennorm verbonden zijn, dan wel waarvan de jongere de woonkosten niet kan aantonen, dan wel indien in het geheel geen woning wordt bewoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel