**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid WWB genoemde maximumbedrag.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede lid niet van toepassing is 10%.
**4..** De toeslag als bedoeld in het vorige lid wordt verhoogd met 10% als een van onderstaande situaties van toepassing is:
men is, uitgezonderd het bij de ouder(s) wonend kind, als inwonende een commerciële prijs verschuldigd en er is geen medebewoning van een of meerdere kinderen met een inkomen hoger dan de inkomensgrens of;
er is uitsluitend medebewoning van een of meerdere niet ten laste komende kinderen en deze hebben een inkomen dat lager is dan de inkomensgrens inwonende kinderen;
er is uitsluitend medewoning van verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.
**5..** De commerciële prijs als bedoeld in lid 4 sub a. wordt vastgesteld op 15% van de norm genoemd in artikel 21 onderdeel c. WWB en heeft betrekking op woonkosten. Voor kostgangers geldt een aftrek op het kostgeld voor voedingskosten volgens de normen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).
**6..** De inkomensgrens als bedoeld in lid 4 sub c. wordt vastgesteld door de optelsom van het bedrag voor levensonderhoud van de Wet op de studiefinanciering voor een thuisinwonende als bedoeld in artikel 33 lid 2 onderdeel a WWB vermeerderd met 20% van de norm genoemd in artikel 21, onderdeel c WWB.