Naar hoofdinhoud

Artikel 4

- Sociale en culturele activiteiten

Onderdeel van Verordening Meedoen is belangrijk 2009.

Burgemeester en Wethouders kunnen een bijdrage verstrekken in de kosten voor sociale en culturele activiteiten. Als handreiking is in de praktijk een in essentie niet limitatieve lijst opgesteld met de meest voorkomende, reguliere sociale en culturele activiteiten. In feite is sprake van een invulling van het begrip naar de geest van het minimabeleid: maatschappelijke participatie in de brede zin van het woord en met een optimaal bereik. De handreiking is een uitwerking van de in de verordening van 2004 geformuleerde hierna volgende uitgebreide toelichting. Sportactiviteiten kunnen in georganiseerd verband plaats vinden dan wel op individuele basis. De rechthebbende of zijn ten laste komende kinderen die lid of contribuant te zijn van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of stichting dienen desgevraagd bewijzen te overleggen waaruit blijkt dat men daadwerkelijk lid of contribuant is van de betreffende vereniging of stichting. Indien de activiteiten op individuele basis plaatsvinden (zoals wekelijks zwemmen of deelnamen aan fitness in een sportschool) dienen de kosten desgevraagd aangetoond te worden door het ter inzage te verstrekken van abonnement of bewijs van inschrijving bij een sportschool. Per persoon verstekken burgemeester en wethouders maximaal € 111,-- per subsidiejaar. Deze bijdrage kan voor meerdere activiteiten verstrekt worden. De tegemoetkoming kan betrekking hebben op sportactiviteiten waarvoor per gezinslid € 111,-- wordt verstrekt. Het bedrag is gebaseerd op een gemiddelde wat lidmaatschap van een sportvereniging kost (inclusief aanschaf sportkleding, sportschoeisel en benodigde attributen). De tegemoetkoming kan betrekking hebben op sociale activiteiten zoals het bezoeken van bijvoorbeeld pretparken of de bioscoop. Bij deze activiteiten wordt ervan uitgegaan dat tweemaal per jaar een pretpark wordt bezocht en 5 maal per jaar de bioscoop. Hiermee is gemiddeld een bedrag ad € 111,-- gemoeid. Desgevraagd dient rechthebbende bewijzen van deelname aan deze activiteiten te tonen. De tegemoetkomingvoor sociale activiteiten strekt zich ook uit tot kinderen van 0 tot 4 jaar en heeft dan betrekking op plaatsing van kinderen in een peuterspeelzaal gedurende 1 dagdeel per week. De vergoeding is in dit geval niet kostendekkend omdat de werkelijke kosten minimaal € 200,-- per jaar bedragen. Ook kan een kind van 0 tot 4 jaar in aanmerking komen voor een toelage wanneer het deelneemt aan baby- of peuterzwemmen. De tegemoetkoming kan betrekking hebben op culturele activiteiten. Hieronder wordt verstaan het bezoeken van de schouwburg, musea en de kosten van lidmaatschap van een bibliotheek.  De vergoeding ad € 111,- is gebaseerd op het gemiddelde bedrag wat een persoon tussen de 18 en 65 jaar betaald voor een museumjaarkaart (€ 36,-), lidmaatschap van de bibliotheek (€ 30,- per jaar) en twee bezoeken aan de schouwburg (€ 45,-). Met de toelage kan ook een abonnement op vijf voorstellingen in de schouwburg (ad € 110,-) worden aangeschaft. De tegemoetkoming kan ook worden aangewend voor het nemen van muzieklessen of een cursus beeldende vorming.

Rechtspraak bij dit artikel