De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben:
van voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp
of de voorwerpen zich bevinden, een recht heft op grond van artikel
229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een
privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
van voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen
die in gebruik zijn bij een derde;
door de Koninklijke Nederlandsche Toeristenbond A.N.W.B. en daarmee
gelijk te stellen instellingen van wegwijzers die aanwezig zijn met
vergunning van de gemeente;
aanvragen door een instelling zonder winstoogmerk van voorwerpen die
aanwezig zijn met vergunning van de gemeente en die uitsluitend
gebezigd worden voor een liefdadig doel of ter bevordering van
wetenschap, kunst of een andere ideële doelstelling;
indien de aanvragen worden ingediend door een dienstverlener die
uit hoofde van zijn beroep de aanvragen verzorgt, wordt geen
vrijstelling verleend;
van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond uitsluitend
vallende onder onderdeel 1 van de tarieventabel, indien dit niet
langer duurt dan 12 achtereenvolgende uren;
gedurende een tijd van minder dan een week van voorwerpen,
uitsluitend vallende onder onderdeel 2 van de tarieventabel, of
onderdeel 8 van de tarieventabel indien de als heffingsmaatstaf in
aanmerking te nemen oppervlakte niet meer dan 25 m2 bedraagt;
van voorwerpen op daartoe vanwege de gemeente aangewezen plaatsen
gedurende de vrijmarkt ter gelegenheid van de viering van de
verjaardag van Hare Majesteit de Koningin;
van marktkramen op de warenmarkt, die wordt gehouden op een daartoe
aangewezen standplaats en waarvoor een belasting wordt betaald op
grond van de Verordening Marktgeld.
Artikel 4
- Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011