Naar hoofdinhoud

Artikel 6

- Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011

1.. Voor de berekening van de belasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde tijd-, lengte- of oppervlakte-eenheid een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de belasting bij rechthoekige voorwerpen berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van het voorwerp of de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de belasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.. Het bedrag aan precariobelasting dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend, wordt niet hoger gesteld dan het bedrag dat voor het belastbare object aan precariobelasting zou zijn berekend met toepassing van het jaartarief.

Rechtspraak bij dit artikel