Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Algemene bepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005

1.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een woonvoorziening indien de woning het hoofdverblijf van de gehandicapte is. 2.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een woonvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard indien: deze gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen die een gehandicapte bij het normale gebruik van de woning ondervindt; het een uitraasruimte betreft. 3.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een woonvoorziening, niet zijnde van bouwkundige of woontechnische aard, indien die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een gehandicapte- naar objectief medische maatstaf gemeten- bij het normale gebruik van de woonruimte ondervindt. 4.. In afwijking van het gestelde onder het eerste lid kan een voorziening worden verleend voor het aanpassen van een deel van de woning indien de gehandicapte zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrich-ting, of wanneer een minderjarige gehandicapte bij één van de ouder(s) of wettelijk verzorger(s) woont, en de andere ouder of wettelijk verzorger regelmatig bezoekt. 5.. Burgemeester en wethouders verlenen geen woonvoorziening indien en voor zover de gehandicapte zijn huidige woonruimte zonder recht of titel bewoont. 6.. Burgemeester en wethouders verlenen geen voorziening indien en voor zover ondervonden belemmeringen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van onder-houd van de woning. 7.. Burgemeester en wethouders verlenen geen woonvoorziening indien en voor zover het voorzieningen betreffen aan hotels, pensions, trekkerswoonwagens, vakantiewoningen, tweede woningen, verzorgingstehuizen of erkende AWBZ-instellingen en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie meegenomen kunnen worden. 8.. Burgemeester en wethouders verlenen geen woningaanpassing indien en voor zover het hoofd-verblijf een A.D.L.-woning is. 9.. Burgemeester en wethouders verlenen geen woonvoorziening indien de gehandicapte is verhuisd naar een woning die niet voldoet aan de eisen als gesteld door de medisch adviserende instantie, tenzij hiervoor schriftelijk toestemming is verleend door burgemeester en wethouders. 10.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten indien bij de gehandicapte sprake is van objectief aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek welke een, op opheffing of beperking daarvan gerichte, verhuizing noodzakelijk maken. 11.. Burgemeester en wethouders verlenen geen financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten indien de gehandicapte voor het eerst zijn hoofdverblijf gaat krijgen in een zelfstandige woonruimte. Een uitzondering daarop is een gehandicapt persoon die vanuit de veelal aangepaste ouderlijke woning voor het eerst zelfstandig gaat wonen in bijvoorbeeld een focus-woning of een andere vorm van beschermd wonen. 12.. Burgemeester en wethouders verlenen geen financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten indien en voor zover de gehandicapte verhuist naar of vanuit een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar bewoond te worden.

Rechtspraak bij dit artikel