1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
stedelijk vernieuwingsgebied: een gebied gelegen in de wijken Overvecht, Zuilen, Ondiep, Kanaleneiland en Hoograven of een gebied waarin anderszins stedelijke vernieuwing plaatsvindt (zie Hoofdstuk 2, artikel 2.1 sub b). Tevens wordt hieronder verstaan een locatie buiten de 5 genoemde gebieden waar zich een bedrijf bevindt dat de rechtstreekse gevolgen ondervindt van stedelijke vernieuwing waardoor economische draagvlakvermindering ontstaat en het bedrijf daardoor in de financiële problemen komt;
stedelijke vernieuwing: op stedelijk gebied gerichte inspanningen die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid, bevordering van een duurzame ontwikkeling en verbetering van de woon- en milieukwaliteit, versterking van het economisch draagvlak, versterking van culturele kwaliteiten, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van dat stedelijk gebied;
ondernemer: een natuurlijke of een rechtspersoon al dan niet met het oogmerk winst te maken, die rechtmatig en daadwerkelijk een bedrijf uitoefent en voor de fiscus in aanmerking komt voor de zogenaamde ondernemersfaciliteiten;
winst: de winst die dient als grondslag voor de berekening voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, met dien verstande, dat, indien de ondernemer een rechtspersoon is, daaronder mede wordt verstaan de beloning van de bestuurder(s) en de daaraan verbonden, ten laste van de rechtspersoon komende, sociale lasten;
consumentverzorgende dienstverlening: dienstverlening met een baliefunctie;
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker;
horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en/of van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken, dan wel het exploiteren van zaalaccommodatie;
bedrijfsruimte in sloopcomplex: bedrijfsruimte gelegen in een pand waarvoor een sloopbesluit is afgegeven en welk sloopcomplex is gelegen in een stedelijk vernieuwingsgebied;
bedrijfsruimte in renovatieproject: bedrijfsruimte gelegen in een bouwkundig plan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering of herindeling van een pand of van een blok van panden;
objectsubsidie: subsidie aan eigenaren van onroerend goed voor het tot stand brengen van nieuwbouw bedrijfsruimte en te renoveren bedrijfsruimte dan wel voor huurderving;
subjectsubsidie: subsidie aan een ondernemer voor de verwezenlijking van individuele voornemens ten aanzien van zijn bedrijf;
verhuiskosten: - kosten voor transport van de inboedel uit een te verlaten pand naar een te betrekken pand;
kosten voor schoonmaak van het te betrekken pand;
kosten voor aansluiting telefoon, fax, gas, water en elektra in het te betrekken pand;
huur: de prijs welke bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een onroerende zaak.
economische draagvlakvermindering: vermindering van primair verzorgingsgebied.
Indien een onderneming wordt bestuurd door meer dan één ondernemer worden deze voor de toepassing van deze beleidsregel als één ondernemer aangemerkt.
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt met de ondernemer gelijkgesteld zijn rechtsvoorganger of rechtsopvolger indien deze zijn (haar) echtgeno(o)t(e) of een eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant is.
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt onder eigenaar mede verstaan een erfpachter, een appartementseigenaar en een houder van een recht van opstal.
Indien een onroerend goed in eigendom toebehoort aan meer dan één eigenaar worden deze voor de toepassing van deze beleidsregel als één eigenaar aangemerkt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1
Artikel 2.1
Onderdeel van Beleidsregel subsidieverstrekking stimulering bedrijven