Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 5 moet
schriftelijk worden ingediend bij burgemeester en wethouders.
Daarbij worden de door hen verlangde gegevens overgelegd.
Indien blijkt dat de aanvrager niet de verlangde gegevens
heeft overgelegd, stellen burgemeester en wethouders de aanvrager
binnen een maand na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid
alsnog binnen veertien dagen de door hen aan te geven ontbrekende
gegevens over te leggen.
Ingeval toepassing is gegeven aan het tweede lid en de
aanvrager niet binnen de in dat lid bedoelde termijn van
veertien dagen de in dat lid bedoelde ontbrekende gegevens
heeft overgelegd, is de aanvrager niet-ontvankelijk in zijn
aanvraag met ingang van de dag, volgend op de laatste dag
van de in dat lid bedoelde termijn van veertien dagen.
Ingeval toepassing is gegeven aan het tweede lid en de
aanvrager naar het oordeel van burgemeester en wethouders de
in het tweede lid bedoelde ontbrekende gegevens in
onvoldoende mate heeft overlegd, verklaren zij de aanvrager
binnen veertien dagen na de dag waarop hij de gegevens heeft
overgelegd niet-ontvankelijk.
Indien de aanvrager ontvankelijk is in zijn aanvraag,
leggen burgemeester en wethouders de aanvraag voor een ieder ter inzage. De
ter inzage legging wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt,
waarbij mededeling wordt gedaan van de mogelijkheid om binnen een
termijn van veertien dagen bezwaren in te dienen bij burgemeester en
wethouders.
Burgemeester en wethouders brengen de aanvraag en de
daartegen ingebrachte bezwaren terstond ter kennis van de
monumentencommissie.
Binnen twee maanden na afloop van de bezwarentermijn brengt
de momentencommissie haar advies uit aan burgemeester en
wethouders.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om
vergunning binnen vier maanden na de indiening dan wel
ontvankelijk-verklaring van de aanvraag. Zij kunnen
hunbeslissing voor ten hoogste twee maanden verdagen;
hiervan doen zijn de aanvrager onmiddellijk schriftelijk
mededeling.
Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het
achtste lid wordt de vergunning geacht te zijn
verleend.
Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een
afschrift van hun besluit aan de monumentencommissie en aan degenen die hun
bezwaren kenbaar hebben gemaakt.
Een vergunning blijft buiten werking gedurende dertig dagen na de
datum waarop zijn is verleend danwel van rechtswege is verleend.
Indien gedurende die termijn beroep is ingesteld op grond van de Wet
administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, blijft de
vergunning buiten werking totdat op dat beroep is beslist, tenzij
met toepassing van artikel 107 van de Wet op de Raad van State (Stb.
1986, 670) op een desbetreffend verzoek beslist wordt de schorsing
op te heffen.