indien geen van de leden van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen;
indien een lid van het college bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling gestemd. Indien het een voorstel betreft tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, wordt eveneens mondeling gestemd, tenzij het gaat om een openbare vergadering van het college. In het laatste geval vindt er schriftelijke stemming plaats met in achtneming van het bepaalde in artikel 30 en 31 van de Gemeentewet.