In afwijking van het verbod tot het bouwen op de weg kan het bevoegd
gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:
a. gebouwen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten
nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of
het wegverkeer, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, sub a van
bijlage II bij het besluit omgevingsrecht;
b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van het verkeer, de
waterhuishouding, de energievoorziening of het telecommunicatieverkeer,
alsmede straatmeubilair, anders dan bedoeld in artikel 2, onderdel 18,
sub b, c en d, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;
c. vrijstaande winkel- of reclamevitrines;
d. reclametoestellen en draagconstructies voor reclame;
e. andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is
vereist, die naar hun aard en bestemming op de weg toelaatbaar
zijn.