Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. Dit artikel luidt sinds juni 2006 aldus:
“1. De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken”
2. De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht , voorzover in de verordening niet anders is bepaald.
De inspraakverordening moet worden aangepast vanwege diverse wetswijzigingen op nationaal niveau. Allereerst is aanpassing nodig omdat de huidige Gemeentewet verwijst naar de eveneens gewijzigde uniforme openbare voorbereidingsprocedure van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, die ook per 1 juli 2005 is gewijzigd. Daarnaast is aanpassing nodig vanwege:
het klachtrecht dat inmiddels in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen,
de dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur)
de inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel 47 van de Wet Werk en Bijstand en artikel 7a van de Wet stedelijke vernieuwing).
In verband hiermee heeft de VNG een nieuw model gepresenteerd waarin ook de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving zijn verwerkt.