Naar hoofdinhoud

Artikel 2 Samenstelling en benoeming

Artikel 2 Samenstelling en benoeming

Onderdeel van Verordening welstandstoezicht Landgraaf 1994

1.. De commissie bestaat uit vier stemhebbende leden, waaronder de voorzitter. 2.. Als adviserend lid wordt aan de commissie de gemeentelijke stedebouwkundige toegevoegd, aan te wijzen door het college van Burgemeester en Wethouders. 3.. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk sekretaris, aan te wijzen door het college van Burgemeester en Wethouders. 4.. De stemhebbende leden dienen onafhankelijke deskundigen te zijn op het gebied van de architectuur en/of stedebouw, dan wel anderszins deskundig te zijn op het gebied van de ruimtelijke vormgeving. Tenminste één stemhebbend lid is deskundig op het gebied van monumentrestauraties. 5.. De stemhebbende leden worden benoemd en ontslagen door het college van Burgemeester en Wethouders. 6.. De stemhebbende leden worden benoemd voor een periode van één jaar. Verlenging van deze periode vindt automatisch plaats voor de duur van één jaar I indien niet uiterlijk één maand voor het verstrijken van de betreffende periode aan het betreffende lid schriftelijk is kenbaar gemaakt, dat zijn benoeming beëindigd wordt. 7.. De stemhebbende leden zijn maximaal zes jaar lid van de commissie. 8.. Indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, kan het college van Burgemeester en Wethouders in afwijking van het gestelde in lid 7, toestaan, dat een stemhebbend lid gedurende een langere periode dan zes jaar deel uitmaakt van de commissie. 9.. In bijzondere gevallen kunnen Burgemeester en Wethouders aan een lid tussentijds ontslag verlenen; dit ontslag wordt met redenen omkleed. 10.. De stemhebbende leden kunnen te allen tijde schriftelijk ontslag nemen. Degene, die ontslag neemt, blijft zijn werkzaamheden in de commissie verrichten totdat zijn opvolger de benoeming heeft aanvaard. De verplichting tot het werkzaam blijven in de commissie eindigt in ieder geval 12 weken nadat het schriftelijk verzoek om ontslag bij de gemeente is ontvangen. 11.. Het college van Burgemeester en Wethouders kan zo nodig overgaan tot de benoeming van een plaatsvervangend stemhebbend lid, indien één of meerdere van de overige stemhebbende leden verhinderd zijn om de vergaderingen bij te wonen.

Rechtspraak bij dit artikel