Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 21.

Overgangsbepaling

Onderdeel van Verordening peuterspeelzaalwerk gemeente Oss 2005

1.. Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een vergunning op grond van de Verordening Kinderopvang 1996 beschikken. 2.. Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig zijn voor het register. 3.. Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, hoeven slechts dan een verklaring omtrent gedrag te overleggen, indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat een persoon niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag. De houder verlangt dan dat die persoon een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.

Rechtspraak bij dit artikel