Naar hoofdinhoud

Artikel 3

toetsingscriteria

Onderdeel van Bomenverordening 2010

1.. Een vergunning wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: -  natuur en milieuwaarden -  landschappelijke waarden -  cultuurhistorische waarden -  waarden van stads- en dorpsschoon waarden voor recreatie en leefbaarheid 2.. Een vergunning voor het vellen van een monumentale boom wordt slechts bij uitzondering verleend indien: a.. een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de monumentale boom. b.. alternatieven uitputtend zijn onderzocht. c.. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. 3.. Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. Het verwijst zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.

Rechtspraak bij dit artikel