**1..** Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen een stads-of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads-of dorpsgezicht.
**3..** Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
**5..** Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar.
**6..** De aanwijzing kan geen monument of beschermd stads-of dorpsgezicht gezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 en artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Overijssel.
**7..** Met ingang van de datum waarop het voornemen tot aanwijzing als beschermd monument of stads - of dorpsgezicht aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar, beperkt gerechtigde en hypothecaire schuldeisers is bekend gemaakt, tot het moment dat inschrijving in het gemeentelijk monumentenregister heeft plaatsgevonden dan wel vast staat dat het monument niet wordt ingeschreven, zijn de artikelen 3 tot en met 18 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 3 De
aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument en stads- of dorpsgezicht.
Onderdeel van Monumentenverordening 1997