Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 9

Verbodsbepaling

Onderdeel van Monumentenverordening 1997

1.. Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. 2.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken. 4.. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders. 5.. Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het tweede en vierde lid zijn de artikelen 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel