Op grond van deze verordening kunnen subsidies verstrekt worden voor activiteiten op de volgende beleidsterreinen:
a. onderwijs (voorzover dit niet in de onderwijswetgeving is geregeld) met inbegrip van
godsdienstonderwijs en onderwijs in andere levensbeschouwelijke stromingen en lokaal jeugdbeleid;
b. sportbevordering,
c. cultuur: bibliotheek, kunstbeoefening en culturele vorming, vormings- en ontwikkelingswerk;
d. maatschappelijke begeleiding en zorg inclusief vluchtelingenwerk, peuterspeelzaalwerk, ouderenwerk en gezondheidszorg.