1. De subsidieontvanger stelt het college onverwijld in kennis van het voornemen om de
activiteiten, waarvoor de subsidie is verstrekt, te wijzigen of te beëindigen.
2. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en plichten, alsmede de ontvangsten en betalingen kunnen worden nagegaan.
3. Naast de verplichtingen genoemd in artikel 4:37 van de wet kan het college de
subsidieontvanger verplichtingen opleggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 van de wet.
Artikel 9
Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van Subsidieverordening Stede Broec 2005