Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 17

- Premies

Onderdeel van Re-integratieverordening 2009

1.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden, die minimaal één jaar een uitkering ontvangen in het kader van de WWB een activeringspremie toekennen. 2.. Deze premie wordt gekoppeld aan stappen die men zet ingaande trede twee van de re-integratieladder. Dit betekent dat er drie stappen gezet kunnen worden. De bedragen zijn respectievelijk: 1/3 van het bedrag dat overeenkomstig artikel 31, tweede lid, sub j WWB verstrekt kan worden bij het betreden van trede 5 en komend van trede 4; 2/3 van het bedrag dat overeenkomstig artikel 31, tweede lid, sub j WWB verstrekt kan worden bij het betreden van trede 6 en komend van trede 5; het bedrag dat overeenkomstig artikel 31, tweede lid, sub j WWB verstrekt kan worden bij het betreden van trede 4 en komend van trede 3 indien de arbeid voor minimaal 18 uur verricht wordt. 3.. Belanghebbende kan maximaal driemaal in aanmerking komen voor dit bedrag en de premie kan maximaal één maal per jaar toegekend worden. 4.. Belanghebbende heeft géén recht op een activeringspremie indien hij deze in de afgelopen drie jaar al eens eerder ontvangen heeft voor het bereiken van hetzelfde niveau van de re-integratieladder. 5.. Het college kan een activeringssubsidie verstrekken voor het verrichten van vrijwilligerswerk, al dan niet in de vorm van sociale activering. 6.. Het college kan aan een werkgever een premie toekennen indien een werknemer reguliere arbeid aanvaardt bij die werkgever. 7.. De premie genoemd in het zesde lid wordt alleen verstrekt, indien: het reguliere dienstverband ingaat aansluitend op of binnen de periode waarin de werkgever een loonkostensubsidie ontvangt op grond van deze verordening of; het reguliere dienstverband ingaat aansluitend aan de periode waarin de werknemer bijstand ontving. 8.. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de hoogte van de diverse premies, alsmede over de voorwaarden waaronder deze worden verstrekt. 9.. Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet een premie van telkens € 250,00. 10.. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 11.. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 12.. Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de Wwb voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel