Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 23

Beraadslaging; woordvoering

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2008

1.. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.. vervallen 3.. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 4.. Wanneer de raadscommissie tijdens de beraadslaging een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, of wanneer naar de mening van de raadscommissie blijkt dat een voorstel niet rijp is voor raadsbehandeling, kan de raadscommissie aan het college, de burgemeester of de initiatiefnemers eerst nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 5.. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 6.. De voorzitter beëindigt de beraadslaging over een onderwerp met een conclusie over de voortgang of afwikkeling daarvan.

Rechtspraak bij dit artikel