Naar hoofdinhoud

Artikel 12 Citeertitel en in werking treden

Artikel 12 Citeertitel en in werking treden

Onderdeel van Verordening brandveiligheid en hulpverlening

1.. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening brandveiligheid en hulpverlening. 2.. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2000. 3.. Op de in het tweede lid genoemde datum vervalt het Besluit taken Brandweer, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 maart 1981, zoals dit sedertdien is gewijzigd. Gedaan ter openbare vergadering van 21 september 2000. de secretaris, de voorzitter, TOELICHTING 1. Algemeen De structuur van de verordening is ontleend aan de door de VNG uitgebrachte modelverordening brandveiligheid en hulpverlening. In navolging van de VNG wordt met het vaststellen van de verordening beoogd, dat gemeenten aangeven op welke wijze zij hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid gestalte geven. Sleutelbegrip daarbij is het (brand)veiligheidsniveau. Het (brand)veiligheidsniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve sterkte van de gemeentelijke brandweer (in samenwerking met de regionale brandweer) en anderzijds het brandpreventieniveau van de gemeente. In de verordening wordt dit (brand)veiligheidsniveau aangegeven door de beschrijving van de taken en bevoegdheden op het gebied van de (brand)veiligheid en de daaraan gekoppelde verdeling tussen de gemeentelijke en de regionale brandweer. Hierbij is tevens rekening gehouden met het Project Versterking Brandweer (PVB). Bij de uitvoering van dit PVB is het gewenste zorgniveau vastgelegd. Het gewenste zorgniveau heeft betrekking op alle onderdelen van de brandweerzorg, hulpverlening en rampenbestrijding, ook wel genoemd de zgn. veiligheidsketen. Het aldus aangegeven niveau wordt vervolgens voor wat betreft de consequenties voor de uitvoering nader uitgewerkt in het Beleidsplan brandveiligheid en hulpverlening, dat ingevolge artikel 4 door burgemeester en wethouders tenminste 1x per vier jaar moet worden vastgesteld en voorgelegd aan de gemeenteraad. De verordening regelt enerzijds de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bestuursorganen (het gezag) over de brandweer en anderzijds het beheer over de gemeentelijke brandweer. De verordening geeft de samenhang weer tussen de wettelijke kaders waarbinnen de brandweer opereert, de bestuurlijke en beleidsmatige kaders (artikel 4), de organisatorische kaders en taken (artikelen 3 en 5), de bestuurlijke verantwoordelijkheden met betrekking tot het personeel, het opleiden en oefenen, het materieel en de bluswatervoorziening (artikelen 6, 7, 9 en 10) en het beheer van de gemeentelijke brandweer (artikel 2). 2. Overwegingen In de overwegingen zijn alle voor de brandweer relevante wetten en voorschriften genoemd waarbinnen de gemeentelijke brandweer opereert en die nodig zijn om de veiligheid van de burgers te garanderen. Genoemd worden de Gemeentewet, de Brandweerwet 1985, de Wet Rampen en zware ongevallen, de Woningwet en de Wet Milieubeheer. Naast de wettelijke taken volgens de Brandweerwet 1985 is tevens de positie vastgelegd van de brandweer Regio Twente, die ondersteunend en aanvullend werkt ten opzichte van de gemeentelijke brandweer. De bestuurlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de regionale brandweer is vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. 3.Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen De in artikel 1 opgenomen begripsomschrijvingen zijn ontleend aan ter zake gegeven definities in het Project Versterking Brandweer (PVB). De begrippen die voortvloeien uit de veiligheidsketen zijn specifiek bedoeld ten behoeve van de artikelen 3 en 5. Door de introductie van het begrip ’veiligheidsketen’ wordt aangegeven dat het takenpakket voor de brandweer meer omvat dan enkel preventief en repressief optreden (= model VNG). Voorts wordt hiermee tot uitdrukking gebracht dat ieder onderdeel van de veiligheidsketen voldoende kwalitatief ontwikkeld dient te worden om het gewenste (brand)veiligheidsniveau te bereiken c.q. te verzekeren. Artikel 2 Gemeentelijke brandweer Artikel 1 van de Brandweerwet 1985 regelt, dat er in elke gemeente een gemeentelijke brandweer is, behoudens indien ingevolge samenwerking met andere gemeenten een regeling ter zake tot stand gekomen is. Artikel 3 Taken gemeentelijke brandweer Lid 1 De in artikel 3 genoemde taken van de gemeentelijke brandweer corresponderen met de door de gemeente vastgestelde hoofdlijnen van beleid, zoals die zijn geformuleerd in het gemeentelijk beleidsplan brandweerzorg en hulpverlening. Kern daarvan is, dat de taken van de gemeentelijke brandweer tenminste bestaan uit de feitelijke uitvoering van werkzaamheden bij brand, het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen bij brand (en ongevallen anders dan bij brand) en al hetgeen daarmee verband houdt. Voortvloeiend uit de veiligheidsketen gaat het om alle werkzaamheden op het gebied van pro-actie, preventie, preparatie, repressie, nazorg en het optreden bij rampen en zware ongevallen. Door gebruik van de zinsneden ‘overeenkomstig de uitwerking in het gemeentelijk beleidsplan’ en ‘in overeenstemming met het organisatieplan’ wordt tot uitdrukking gebracht dat de vaststelling van het takenpakket van de gemeentelijke brandweer een bevoegdheid is (en blijft) van het gemeentebestuur (de raad), maar dat er (wel) een waarborg bestaat voor afstemming met het (regionaal) organisatieplan ‘Brandweerzorg en rampenbestrijding in de regio Twente’. Lid 2 Hierin wordt bedoeld de algemene dienstverlening door de brandweer, anders dan de wettelijke taken. Artikel 4 Beleidsplan en werkplan brandveiligheid en hulpverlening Dit artikel regelt de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad met betrekking tot het creëren van de voorwaarden voor een goede taakvervulling door de gemeentelijke brandweer. Deze verantwoordelijkheid ligt vast in artikel 1 van de Brandweerwet. Artikel 4 voorziet in een voortschrijdend proces van beleidsvorming, waarin de relaties kunnen worden gelegd met de procedures en de bedrijfsvoering, die in de eigen gemeente gebruikt kunnen worden. Gekozen is voor een 4-jarige periode om daarmee enerzijds de duurzaamheid van het beleidsplan aan te geven en anderzijds voor het verkrijgen van aansluiting met de bestuurlijke cyclus in de gemeente. Tevens dient er jaarlijks, gelijktijdig met de begroting, een werkplan voor het jaar daaropvolgend te worden vastgesteld. In dit werkplan wordt de beleidsvisie, opgenomen in het beleidsplan, verder uitgewerkt. Artikel 5 Regionale taken Dit artikel, waarin de regionale taken worden aangehaald, correspondeert met de door de gemeenten in de regio Twente vastgestelde hoofdlijnen van beleid, zoals die zijn geformuleerd in het regionaal organisatieplan ‘Brandweerzorg en rampenbestrijding in de regio Twente’. De taken zijn afgeleid van de in het kader van het Project Versterking Brandweer (PVB) vastgestelde referentiekaders. De bevoegdheden van de brandweer Regio Twente liggen vast in een gemeenschappelijke regeling. In artikel 5 gaat het om het op regionaal niveau organiseren en uitvoeren van de gemeentelijke taken. Deze taken kunnen: ondersteunend en aanvullend zijn ten opzichte van de basistaken van de gemeentelijke brandweer; naar de aard specialistisch zijn; naar de aard en omvang een bovengemeentelijke aanpak vergen. Met de zinsnede ‘overeenkomstig de uitwerking in het regionaal organisatieplan’ wordt tot uitdrukking gebracht dat het takenpakket van de regionale brandweer volgens de (gemeentelijke) verordening(en) moet overeenkomen met dit organisatieplan. Artikel 6 Personeel De in dit artikel omschreven bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het personeel geeft aan, dat burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor een minimum aan gekwalificeerd brandweerpersoneel ter uitvoering van de taken volgens de veiligheidsketen. De omvang van de repressieve dienst is mede afhankelijk van het Regionaal Dekkingsplan van de regionale brandweer. Artikel 7 Opleiding en oefening Dit artikel over opleiden en oefenen regelt de verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders met betrekking tot de kwaliteit voor het brandweerpersoneel. Dit leidt onder andere tot het vaststellen van een meerjaren opleiding- en oefenplan. Artikel 8 Instructie commandant Het bepaalde in artikel 8 legt de grondslag vast voor de éénhoofdige leiding en de gezagsverhouding die voor een goed functioneren van de brandweer onmisbaar zijn. De instructie van de commandant zal naast de aan een juiste taakvervulling verbonden verplichtingen en bevoegdheden de regeling voor de vervanging van de commandant bevatten. Artikel 9 Materieel In dit artikel legt de gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor het minimaal benodigde en het soort materieel van de brandweer vast. Deze verantwoordelijkheid wordt overgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij valt uiteen in twee leden. Het eerste lid regelt de verantwoordelijkheid voor de materieelvoorziening, aan de hand van het Regionaal Dekkingsplan. Dat bepaalt de aard en omvang van het materieel dat moet worden ingezet. Het tweede lid regelt de opslag van materieel en middelen in de gemeente. Artikel 10 Bluswatervoorziening Het blussen van branden is een belangrijke taak van de brandweer. Het blusmiddel water wordt naast andere blusmiddelen het meest gebruikt. De zorg voor de brandveiligheid, zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Brandweerwet 1985, geeft aan dat burgemeester en wethouders tevens verantwoordelijk zijn voor een adequaat bluswaterleidingnet, open water, speciale blusvijvers en geboorde putten. De openbare bluswatervoorziening dient van een kwantiteit en kwaliteit te zijn, die is gerelateerd aan de gebruiksvoorschriften zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het is aan te bevelen in elk bestemmingsplan aan te geven wat de capaciteit is/zal zijn van de openbare bluswatervoorziening. Artikel 11 Advisering regionale brandweer Waar in de verordening nadrukkelijk wordt uitgegaan van een vergaande verwevenheid van de gemeentelijke en regionale brandweer, wordt met dit artikel expliciet gemaakt dat zowel omtrent het vierjaarlijkse gemeentelijk beleidsplan, als eventuele tussentijdse aanpassingen van gemeentelijke taken en/of de personele en/of materiële sterkte van de gemeentelijke brandweer, voor finale besluitvorming om advies moet worden verzocht aan de regionale brandweer. Daarmee kan worden gewaarborgd dat de onderlinge verbondenheid van gemeenten en de regionale brandweer ook feitelijk in stand blijft. Datzelfde geldt indien gemeenten op intergemeentelijke wijze invulling willen geven aan de functie van officier van dienst. Artikel 12 Citeertitel en in werking treden De Verordening brandveiligheid en hulpverlening moet op grond van artikel 2 van de Brandweerwet 1985 binnen een week na vaststelling aan gedeputeerde staten worden gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel