Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt in beginsel:
a als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt;
b vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest en
c vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.
HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 29
Volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2007, inclusief de bijlagen I-VI