Deze verordening kan worden aangehaald als “Archiefverordening 2006
“.
Gemeente met archiefdienst in gemeenschappelijke
regeling
Memorie van toelichting
Bij de meeste archiefdiensten op basis van een gemeenschappelijke
regeling blijven de betrokken overheden verantwoordelijk voor de zorg
voor de eigen archiefbescheiden; de integratie betreft meestal alleen
het beheer van de overgebrachte en het toezicht op het beheer van de
niet-overgebrachte archiefbescheiden. In de regel worden de volgende
taken en bevoegdheden overgedragen aan het bestuur van de
gemeenschappelijke regeling:
het opheffen van beperkingen aan de openbaarheid (artikel 15,
derde lid, Archiefwet 1995);
het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van
archiefbescheiden die uit anderen hoofde in de
archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten (artikel
16, tweede lid, Archiefwet 1995);
de benoeming van de (directeur van de dienst die als)
streekarchivaris (gaat functioneren) (artikel 32, derde lid,
Archiefwet 1995);
het aanwijzen van de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen
(artikel 31 Archiefwet 1995)
het toezicht op het beheer van de niet naar de
archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden (artikel 32,
tweede lid, Archiefwet 1995).
Deze model Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276
en 277) en het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de
gemeenteraad te worden vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde
artikelen in de Archiefwet 1995.
Zij beschrijft in hoofdzaak de regeling voor de zorg, die het college
van burgemeester en wethouders draagt voor de archieven van de
gemeentelijke organen. De regeling voor het beheer van de
archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de
archiefbescheiden, die niet zijn overgebracht naar de
archiefbewaarplaats wordt beschreven in de Archiefverordening van de
Gemeenschappelijke Regeling waaraan deze taken en bevoegdheden zijn
gedelegeerd.
Deze verordening is, evenals wet en besluit, niet alleen van toepassing
op klassieke, papieren archiefbescheiden, maar ook op moderne, digitale
informatiedragers.
Hoofdstuk II bevat een uitwerking van het begrip “zorg”, dat in de
Archiefwet 1995 niet wordt gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige
archiefruimten zijn (art. 2), is geregeld in het Archiefbesluit
1995.
Dit model is aangepast aan de dualisering van de medebewindsbevoegdheden
met ingang van 8 maart 2006. Vanaf die datum is niet langer de
gemeenteraad bevoegd om de archivaris te benoemen en de
archiefbewaarplaats aan te wijzen. Deze bevoegdheden komen dan te
berusten bij het College van Burgemeester en Wethouders. Dit heeft onder
andere tot gevolg dat het hoofdstuk over de archiefbewaarplaats in de
oude verordeningen is overgeheveld naar het Besluit
Informatiebeheer.
Verder worden sinds de dualisering van het gemeentebestuur in 2002,
gemeentelijke verordeningen ondertekend door de burgemeester en de
griffier. Dat is ook in deze versie aangepast.
Artikelsgewijze toelichting