**1..** Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af van het opleggen van een maatregel indien:
de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden;
de gedraging schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 44 van de wet betreft, zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen;
het college dringende redenen aanwezig acht. In dat geval wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan. Omstandigheden die het rechtstreekse gevolg zijn van een als verwijtbaar aan te merken gedraging zijn geen dringende reden.
**2..** Het college kan afzien van het verlagen van de inkomensvoorziening en volstaan met een schriftelijke waarschuwing, als de verwijtbare gedraging bedoeld in artikel 2 niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van inkomensvoorziening én de gedraging niet plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet inversteren in jongeren gemeente Oss