Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening 2008 Schiedam

Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijk archeologisch monument: een monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst. monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid; archeologische Waarden- en Beleidskaart: een door het college vastgestelde topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven met het daarop van toepassing zijnde beleid; gemeentearcheoloog: door het college aangewezen deskundige of instelling met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid op het gebied van archeologie; provinciale Archeologische Monumentenkaart van Zuid-Holland: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardekaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten, structuren of sporen te verwachten zijn; zeer hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie; redelijk hoge tot hoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie; lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld, op advies van de gemeente archeoloog, en waarmee eisen worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument. archeologisch bureauonderzoek: het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Deze informatie over archeologische waarden omvat de aan- of de afwezigheid, de aard en de omvang, de datering, de gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de gaafheid en conservering.

Rechtspraak bij dit artikel