De voorzitter van de raad kan, na overleg in het raadspresidium, in gevallen, waarin toepassing van dit hoofdstuk leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, een bijzondere voorziening treffen binnen de kaders van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk II › Paragraaf 4
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raadsleden, wethouders, commissieleden en fracties