Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Aanvragen van een ontheffing

Onderdeel van RVV 1990

1. Een aanvraag moet 8 weken van te voren schriftelijk worden ingediend; 2. De aanvraag bestaat uit de in artikel 5 genoemde gegevens en bescheiden; 3. Voor het indienen van de aanvraag dient men gebruik te maken van de door burgemeester en wethouders vastgestelde formulieren; 4. De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in de Nederlandse taal zijn gesteld; 5. De aanvraag heeft betrekking op maximaal 1 voertuig, tenzij er een aanvraag wordt; 6. De aanvraag moet worden ondertekend door de aanvrager of diens gemachtigde; 7. Indien een aanvraag voor een ontheffing wordt ingediend minder dan zes weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de ontheffing nodig heeft, kunnen burgemeester en wethouders de aanvraag buiten behandeling laten, indien zij van mening zijn dat de aard van de gevraagde ontheffing zodanig is dat voor een verantwoorde beoordeling van de aanvraag onvoldoende tijd aanwezig is; 8. Een uitzondering op lid 7 kan gemaakt worden voor spoedeisende zaken. Hiervoor kan een ééndagsontheffing worden verleend. Deze kan direct worden verleend als alle genoemde gegevens ter plaatse kunnen worden overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel