Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Hof van Twente 2009

1.. Na de opening van de vergadering kunnen burgers die zich, conform het bepaalde in lid 4, hebben aangemeld gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn die het woord willen voeren over een niet-geagendeerd onderwerp. 2.. Burgers die zich, conform het bepaalde in lid 4, hebben aangemeld om het woord te voeren over een voor het opiniërende gedeelte van de vergadering geagendeerd voorstel, krijgen hiervoor gedurende 5 minuten de gelegenheid zodra het betreffende voorstel door de voorzitter aan de orde is gesteld. De voorzitter bepaalt de lengte van de spreektijd indien meerdere personen het woord willen voeren over eenzelfde voorstel dat geagendeerd is. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of opengestaan heeft of waartegen zienswijzen ingediend zijn of konden worden; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt uiterlijk vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en het onderwerp c.q. het voorstel waarover hij het woord wil voeren. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de burger over een niet-geagendeerd onderwerp. 7.. De voorzitter stelt de leden van de raad in de gelegenheid te reageren op hetgeen wordt ingebracht. Degene die ingesproken heeft kan reageren op de vragen en opmerkingen die vanuit de raad aan zijn adres worden gesteld

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel