1. Het college biedt éénmaal per vier jaar een (geactualiseerde) nota Investeringen, Reserves en Voorzieningen aan. In deze nota worden aanvullende regels vastgelegd.
2. Investeringscalculaties voor investeringen groter dan € 100.000 worden gebaseerd op de netto contante waarde methode, rekening houdend met alle ontvangsten en uitgaven gerelateerd aan het betreffende activum.
3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden indien deze lager dan € 100.000 zijn direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bij bedragen hoger dan € 100.000 is de maximale afschrijvingstermijn gelijk aan de looptijd van de lening.
4. Onder investeringen worden naast initiële investeringen ook vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen gerekend, daarmee ook groot onderhoud en renovatie.
5. De in dit artikel vermelde afschrijftermijnen houden in dat ten tijde van het verstrijken van de afschrijftermijnen bij ongewijzigd beleid vervanging/groot onderhoud/renovatie zal plaatsvinden. Hiertoe zullen als dekkingsmiddel de vrijkomende afschrijvingen beschikbaar blijven. Indien economisch mogelijk wordt het actief langer gebruikt dan de in dit artikel bepaalde afschrijftermijnen.
6. Uit doelmatigheidsoverwegingen is het toegestaan om activa met een geringe waarde niet te activeren. Er is sprake van een geringe waarde bij aanschaffingen van maximaal € 7.500, die op jaarbasis een totaalbedrag per categorie aanschaffingen ad € 100.000 niet overschrijden.
7. Bijdragen van derden, waaronder bijdragen uit hoofde van stedelijke vernieuwing, worden in mindering gebracht op investeringen.
8. Routinematige investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden niet geactiveerd.
9. In geval van grondexploitaties worden investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut alsmede de investeringen in de riolering niet geactiveerd doch middels de betreffende grondexploitatie verrekend met de reserve grondbedrijf.
10. Beschikbare specifieke reserves worden in mindering gebracht op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.
11. De afschrijftermijnen bij gebouwen worden bepaald op basis van de componentenbenadering.
12.De afschrijftermijnen voor investeringen met een economisch nut zijn
a.
40 jaar
Gebouwen (waaronder woonruimten en bedrijfsgebouwen), sportvelden;
b.
25 jaar
Parkeerterreinen (betaald parkeren);
c.
20 jaar
Gebouwgebonden installaties zoals kabels en leidingen;
d.
15 jaar
Gebouwgebonden installaties zoals CV en elektrische installaties;
e.
10 jaar
Parkeermeters, ondergrondse containers, bekabeling automatisering, inrichting gebouwen;
f.
8 jaar
Tractie en machines;
g.
7 jaar
Telefooncentrales, inbraakbeveiliging;
h.
6 jaar
Grote maaimachines
i.
3-5 jaar
ICT-middelen;
j.
Niet
Gronden en terreinen (tenzij openbare ruimte met maatschappelijk nut), kunstvoorwerpen, strategische investeringen (tot doel om op termijn te herontwikkelen).
Afschrijftermijnen voor investeringen in riolering zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
De afschrijftermijnen voor investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn:
a.
40 jaar
Bruggen (steen en beton);
b.
25 jaar
Wegen, straten en pleinen, openbare verlichting, parkeerterreinen (onbetaald parkeren), kademuren, bruggen (hout en staal);
c.
12 jaar
Verkeersregelinstallaties;
d.
10 jaar
Groenvoorzieningen;
e.
Niet
Gronden en terreinen, voor zover openbare ruimte met maatschappelijk nut.
14. Groot onderhoud/renovatie, geactiveerd in de periode tot en met 2003, kent een afschrijvingsduur van 25 jaar.
15. Renovatie, geactiveerd vanaf 2004, wordt afgeschreven in een looptijd die in overeenstemming is met de na renovatie resterende levensduur van het betreffende (deel van het) activum.
16. De materiële vaste activa worden in beginsel lineair afgeschreven volgens de in lid 11 en lid 12 opgesomde afschrijftermijnen. Voor bedrijfsmiddelen ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten kan de annuïtaire methode toegepast worden.
17. Versnelde afschrijving is toegestaan op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut.
18. De afschrijving van activa start op 1 januari na het jaar van ingebruikname. Ook de renteberekening start op 1 januari na het jaar van ingebruikname.
19. Van het in dit artikel bepaalde kan door het college worden afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk gemotiveerd in het betreffende investeringsvoorstel. Ten aanzien van afwijkingen op de in artikel 12 en 13 bepaalde afschrijftermijnen geldt daarnaast dat het college deze afwijkingen vaststelt met inachtneming van:
a. het Besluit Begroting & Verantwoording en
b. relevante beantwoording op vragen aan de commissie BBV en
c. vorenstaande afschrijftermijnen en reeds vastgestelde afwijkende afschrijftermijnen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Vaste activa: investeringscalculatie, waardering & afschrijving
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Delft