Het college verleent onder de volgende voorwaarden medewerking aan een uitbreiding van of een bijbehorend bouwwerk bij een woning binnen de bebouwde kom:
de goothoogte mag maximaal 3,25 m bedragen;
de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m2 bedragen en het
bebouwingspercentage van het bouwperceel mag maximaal 40 bedragen;
de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 150 m2 bedragen en het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag maximaal 35 bedragen;
bij de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken wordt niet meegerekend:
de oppervlakte binnen het bebouwingsvlak die ligt tussen het verlengde van de zijgevels van de woning;
de oppervlakte binnen het bebouwingsvlak die niet ligt tussen het verlengde van de zijgevels van de woning en die ligt op een afstand van ten minste 5 m uit de zijdelingse perceelsgrens.
Buiten de bebouwde kom