De belasting als bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het
begin van het belastingjaar of als dit later is, bij de aanvang
van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het in de loop van
het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de
loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij
het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een
ander perceel in gebruik neemt.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet
geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2010