Het is binnen het gebied van het Nationaal Park verboden:
Motorisch aangedreven en radiografisch bestuurbare schaalmodellen
van vliegtuigen, bootjes of auto’s in werking te hebben;
motorisch aangedreven voertuigen, bestemd voor recreatieve
doeleinden.te gebruiken;
modellen van vliegtuigen of andere objecten af te schieten of met
hulpmiddelen te lanceren, die een landing maken na een vrije val,
zweef- of glijvlucht.
Het is verboden zich met door windkracht aangedreven wagens,
installaties of constructies op te houden in het Nationaal Park dan
wel zich boven de wegen, terreinen of wateren in het Nationaal Park
te bevinden met valschermen, vliegers of andere niet motorisch
aangedreven hulpmiddelen om zich gedurende enige tijd zwevende te
houden.
Het is de bestuurder van een motorvoertuig voor zover die zich in
het Nationaal Park daarmee mag ophouden, verboden zijn motorvoertuig
te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen die
zich, direct of indirect verbonden met het motorvoertuig,
voortbewegen door de lucht aan een parachute, een vlieger of een
soortgelijk voorwerp.
Het is verboden in het Nationaal Park te vliegeren.
Het in het vierde lid gestelde vliegerverbod geldt niet indien het
een vlieger betreft met een hoogte en breedte van maximaal één meter
aan een enkelvoudige lijn, bestemd om statisch mee te vliegeren,
zonder dat daardoor de veiligheid van personen of dieren gevaar
loopt.
Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voorzover in de
daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer
of de Luchtvaartwet.
AFDELING IV.
Artikel 18
Apparatuur en andere voorwerpen bestemd voor recreatieve toepassingen
Onderdeel van Duinverordening gemeente Heusden