Toevoegen aan het eind van de toelichting op dit artikel:
De vergunning voor het maken van een uitweg naar de weg, het gebruiken maken van de weg voor het hebben van een uitweg of het verandering brengen in een bestaande uitweg naar de weg is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder e. van de Wabo. Dat betekent dat de termijnen genoemd in artikel 3.9 van de Wabo van toepassing zijn op deze vergunning. De beslistermijn is 8 weken, de verdagingstermijn zes weken.
De indieningsvereisten voor een aanvraag om een vergunning die onder de Wabo valt, staan in de Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor). Het gaat dan om de algemene indieningsvereisten uit artikel 1.3 van de Mor. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 1.2 APV. Voor het maken of veranderen van een uitweg zijn in de Mor geen aanvullende indieningsvereisten opgenomen.
In artikel 2:18 van de Wabo is bepaald dat de vergunning alleen kan worden verleend of geweigerd op de gronden vermeld in deze verordening. De weigeringsgronden staan in artikel 2:12, derde lid van deze verordening.