Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 5

Artikel 2.11

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van APV 2009

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle niet-openbare ont¬sluitingswegen van gebouwen. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het Rijk, de provin¬cie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van zijn of haar publiekrechte¬lijke taak. 4. Het verbod geldt voorts niet voor zover het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de Wegenverordening Noord-Brabant, Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel