Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4a › Afdeling 5

Artikel 4a.16

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Onderdeel van APV 2009

1. Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beinvloeding van het milieu. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen andere categorieën van afvalstoffen; het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval; voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet Bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorziet in de beoogde bescherming van het milieu.

Rechtspraak bij dit artikel