Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 1

Artikel 5.2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

Onderdeel van APV 2009

1. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voer¬tuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van vijfentwintig meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 2. Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 3. Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend: voertuigen waaraan herstel of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid ge¬noemde persoon. 4. Het college kan ont¬heffing van het verbod verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel