De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken:
op aanvraag van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel;
wanneer niet langer wordt voldaan aan een of meer van de eisen, gesteld in artikel 9, lid 1, onverminderd het bepaalde in artikel 9, leden 2 en 3;
indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per twee weken en tenminste negen maal per kwartaal zijn plaats op de markt inneemt.
De vergunning voor een vaste plaats wordt eveneens ingetrokken van degene die, wegens ziekte, gedurende een tijdvak van vierentwintig achtereenvolgende maanden, van het recht op het innemen van een vaste plaats persoonlijk geen of nagenoeg geen gebruik heeft kunnen maken.
Bij het overlijden van de vergunninghouder en in het geval toepassing wordt gegeven aan lid 2 van dit artikel, wordt, conform het bepaalde in artikel 12, de vergunning voor de vaste plaats op een daartoe strekkende aanvraag overgeschreven op de overblijvende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde of kinderen of medewerker van de vergunninghouder. De aanvraag wordt ingediend binnen 2 maanden na het overlijden c.q pensionering dan wel na het verstrijken van de in lid 2 vermelde termijn
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.