De inschrijving op de in artikel 8, lid 1, bedoelde lijst van gegadigden voor een standplaats wordt doorgehaald:
op aanvraag van de ingeschrevene;
bij overlijden van de ingeschrevene;
indien blijkt dat niet wordt voldaan aan één of meer eisen, bedoeld in artikel 9, lid 1, tenzij nar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake is van bijzondere omstandigheden die voortzetting van de inschrijving rechtvaardigen;
indien in het kader van een opschoning van de lijst uit een navraag door burgemeester en wethouders bij de ingeschrevene blijkt dat hij geen voortzetting van de inschrijving wenst;
wanneer aan de ingeschrevene een vergunning voor een vaste plaats is afgegeven, tenzij hij die vergunning niet aanvaardt op grond van een door burgemeester en wethouders geldig geachte reden.