Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Monumentenverordening 2010

De monumentencommissie. De leden van de monumentencommissie worden door burgemeester en wethouders benoemd; de voorzitter wordt door burgemeester en wethouders benoemd. De monumentencommissie telt tenminste vijf en ten hoogste negen leden. Burgemeester en wethouders houden rekening met de binding van de kandidaten met op het terrein van de monumentenzorg actieve (particuliere) instellingen en / of met hun deskundigheid. Burgemeester en wethouders benoemen een ambtelijke secretaris en kunnen ambtelijke adviseurs aanwijzen. De leden van de monumentencommissie treden na afloop van een periode van zes jaren af. Aftredende leden zijn voor maximaal één periode van zes jaren herbenoembaar. Een lid, dat ter vervulling van een - anders dan tengevolge van een periodieke aftreding - opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden. De ambtelijk secretaris van de commissie convoceert de vergaderingen, brengt alle ingekomen stukken ter tafel, beheert het archief van de commissie en houdt notulen van de vergaderingen. De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht en voorts indien tenminste twee leden daartoe schriftelijk verzoeken. De besluiten van de commissie worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Een vergadering vindt geen doorgang indien niet tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is. De commissie beraadslaagt in het openbaar. Adviezen van de commissie aan burgemeester en wethouders worden schriftelijk vastgesteld, zijn met redenen omkleed en vermelden het eventuele minderheidsstandpunt van een of meer leden van de commissie, indien deze leden daar om verzoeken.

Rechtspraak bij dit artikel