Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Waalre houdende regels betreffende bouwen Bouwverordening

1. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve vanhet parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder hetgebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte magniet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moetworden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. 2. De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijnafgestemd op gangbare personenauto's.Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste3,25 m bij 6,00 m bedragen; indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50 m bij 5,00 m bedragen 3. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voorhet laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in ofonder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid: indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel