Bij hun beslissing op aanvragen om bijdragen houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met:
de waarde van het monument;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van het monument, mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van het monument;
de mate, waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf.
Hoofdstuk
Artikel 11