**1..** Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer in de openlucht, buiten de weg gelegen plaatsen
aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van
de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is
een of meer van de volgende daarbij nader aangeduide, voorwerpen
of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
anders dan met inachtneming van de door hem gestelde
regels:
**a..** onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
**b..** bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
**c..** kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
commercieel doel;
**d..** mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;
**2..** In het eerste lid wordt onder weg verstaan, hetgeen daaronder
verstaan wordt in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
**3..** Behoudens op door het college krachtens het eerste lid aan te
wijzen plaatsen is het verboden een door hen aangeduid voorwerp
of stof:
**a..** op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel
**b..** op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders dan met
inachtneming van de door hen gestelde regels.
**4..** Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
Ordening of de Provinciale Verordening.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Beek 2010