**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ wordt verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande en alleenstaande ouder op wie het eerste lid niet van toepassing is;
**3..** Geen toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB en artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning bewoond wordt;
**4..** Op grond van artikel 27 van de WWB en artikel 32 van de WIJ wordt geen toeslag verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder, die een woonruimte bewoont waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of, bij een eigen woning, geen woonkosten verbonden zijn.
**5..** Op grond van artikel 27 van de WWB en artikel 32 van de WIJ bedraagt de toeslag 10 procent van de gehuwdennorm, voor alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als een ander.
**6..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als “een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft”:
een kind zoals bedoeld in artikel 4 van de WWB;
verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.
**7..** Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, dat zijn hoofdverblijf in de woning van de alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als een ander.