Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1

Artikel 2:1D

Verblijfsontzegging

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010

1.. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar hij aan personen een verblijfsontzegging kan opleggen. 2.. De burgemeester gaat alleen over tot aanwijzing van een gebied als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel sprake is van ernstige verstoring van de openbare orde dan wel een dreiging van ernstige verstoring van de openbare orde. 3.. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren dan wel dreigen te verstoren door: te handelen in strijd met het bepaalde in artikelen uit Hoofdstuk 2, afdeling 1 van de APV het bezit, de handel of het gebruik van de in de Opiumwet verboden middelen; het bezit van wapens, messen en andere voorwerpen die als steek- of slagwapen kunnen worden gebruikt; diefstal, inbraak, heling, vernieling of andere vermogensdelicten; geweldpleging en of bedreiging. 4.. De burgemeester bepaalt in de verblijfsontzegging de termijn waarvoor deze geldt. 5.. Een verblijfsontzegging kan niet worden opgelegd aan personen die in het aangewezen gebied blijkens het bevolkingsregister wonen of in het aangewezen gebied werken. 6.. De burgemeester kan indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aanwezen gebied te begeven, de verblijfsontzegging naar tijd en plaats te beperken. 7.. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegde verblijfsontzegging.

Rechtspraak bij dit artikel