De hoofdgebruikers van binnen de bebouwde kom gelegen gebouwen of terreinen en bij gebreke daarvan de zakelijke gerechtigden daarop, zijn verplicht de voetpaden langs die gebouwen of terreinen, zodra dit redelijkerwijs verlangd kan worden, ter breedte van één meter sneeuwvrij te maken en bij gladheid met een voor bestrijding van gladheid geschikte stof te bestrijden. Bij het wegruimen dient de sneeuw of het ijs te worden gebracht naar de uiterste rand van het voetpad.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2:22B
Bestrijding van gladheid
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010