Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:28A

Exploitatievergunning horecabedrijf

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010

1.. Voor horeca-inrichtingen van de volgende categorieën is geen exploitatievergunning vereist: een horecabedrijf in zorginstellingen, uitvaartcentra en ziekenhuizen; een horecabedrijf in musea; een horecabedrijf bij sportverenigingen en instellingen belast met het beheer van buurt- en clubhuizen; een horecabedrijf waar tevens op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning is vereist; een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel het horecabedrijf als de winkel gelden dezelfde sluitingstijden. 2.. Voor overige horeca-inrichtingen is het verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester 3.. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning voor bepaalde tijd verlenen, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de openbare orde in het geding is. 6.. Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 7.. De exploitatievergunningplicht is altijd van toepassing op discotheken, coffeeshops en seksinrichtingen. 8.. De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast, lid 1 voor een individueel horecabedrijf buiten toepassing te verklaren. 9.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een horeca-inrichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel