Het is ruiters verboden zicht buiten de voor de ruitersport bestemde en als zodanig aangegeven paden en terreingedeelten te begeven of te bevinden of met het rijdier overlast te bezorgen. Het is ruiters verboden de weg, niet zijnde een ruiterpad, te berijden, indien naast die weg een ruiterpad is gelegen. Indien naast die weg geen ruiterpad aanwezig is, mag deze weg uitsluitend over de rechterzijde daarvan bereden worden.