Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekking vergunning of ontheffing

Onderdeel van Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2009

Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing intrekken indien: de vergunning of ontheffing ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend; de gegevens in de vergunning of ontheffing niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd in het belang of de belangen van het ordelijk gebruik van ligplaatsen, de openbare orde, veiligheid, gezondheid, milieuhygiëne, aanzien van de gemeente of het nautisch beheer als bedoeld in artikel 2, lid 1; het woon- of bedrijfsschip waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft zonder toestemming van burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft; op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld in de vergunning of ontheffing; indien het woon- of bedrijfsschip uitsluitend of hoofdzakelijk voor andere doeleinden wordt gebruikt dan in de betreffende begripsbepalingen van artikel 1 is vastgelegd; indien sprake is van een onbewoond woonschip, dan wel van een klaarblijkelijk onbewoond woonschip gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 12 maanden; bij vergroting of substantiële wijziging van het woon- of bedrijfsschip zonder daarvoor verkregen vergunning of ontheffing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel